Artikel

Bestuivers

Kennis / Bestuivers

Wilde bij ≠ honingbij

Wanneer we over ‘de bij’ spreken, lijkt het soms alsof alle bijen ongeveer hetzelfde leven. Dat klopt niet. De honingbij is één bijensoort. Daarnaast kent Nederland honderden wilde bijensoorten met uiteenlopende levenswijzen, voedselvoorkeuren en nestplaatsen. Voor biodiversiteitsmaatregelen is dat onderscheid essentieel.

ca. 2 min lezen

Eén bekende soort tegenover honderden wilde soorten

Uit Nederland zijn meer dan 360 bijensoorten bekend. Slechts één daarvan is de honingbij. EIS beschouwt de overige soorten als wilde bijen, omdat die niet door mensen worden verzorgd. Daaronder vallen bijvoorbeeld zandbijen, metselbijen, maskerbijen, behangersbijen, groefbijen en hommels.

De exacte telling kan door taxonomische veranderingen en nieuwe waarnemingen iets variëren; Naturalis spreekt bijvoorbeeld van 358 soorten. Voor een dashboard is ‘circa 360’ daarom nauwkeuriger dan doen alsof het aantal permanent exact vaststaat.

Ook wilde bijen zijn onderling heel verschillend

Wilde bij betekent niet automatisch ‘solitaire bij’. Veel soorten leven grotendeels solitair: een vrouwtje bouwt en bevoorraadt haar eigen nest. Hommels leven daarentegen sociaal in volken en sommige groefbijen vertonen eveneens sociaal gedrag. Daarnaast bestaan koekoeksbijen die niet zelf een volledig nest bevoorraden, maar hun voortplanting afhankelijk maken van andere bijensoorten.

Die verschillen zie je ook in nestkeuze. Veel zand- en groefbijen graven in de bodem, terwijl metselbijen en behangersbijen onder andere bestaande holten in hout en stengels kunnen gebruiken. Een voorziening die aantrekkelijk is voor een rosse metselbij is daarom geen algemene ‘bijenwoning’.

Waarom het onderscheid belangrijk is

Honingbijen leven in Nederland grotendeels in door imkers beheerde volken. Daardoor zeggen aantallen honingbijen weinig over de toestand van wilde bijensoorten. EIS beschrijft onderzoek waaruit blijkt dat honingbijen en wilde bijen verschillend kunnen reageren op veranderingen in hun omgeving en dat de honingbij daarom niet geschikt is als algemene maatstaf voor trends in de wilde bijenfauna.

Er kan bovendien voedselconcurrentie optreden wanneer grote aantallen gehouden honingbijen dezelfde bloemen gebruiken als wilde bestuivers. Hoe sterk dat effect is, hangt onder andere af van landschap, seizoen en voedselbeschikbaarheid. Het is daarom te simpel om ‘meer bijen’ automatisch gelijk te stellen aan ‘meer biodiversiteit’.

Bronnen

  1. EIS Kenniscentrum Insecten, Wilde bijen.
  2. Naturalis, Bijen — Natuurwijzer.
  3. EIS, Honingbij als radar voor trends wilde bijenfauna?
  4. EIS, Concurrentie honingbij.