Kennis / Structuren
Wat maakt goede nestgelegenheid?
Een gat in een stuk hout is nog niet automatisch een goede nestplek. Bij kunstmatige nestgelegenheid voor bovengronds nestelende wilde bijen zijn onder meer diameter, afwerking, beschutting, materiaal, plaatsing en onderhoud van belang. En zelfs een technisch goed nestblok blijft maar één onderdeel van de omgeving.
ca. 2 min lezen
Begin bij de juiste soortgroep
Kunstmatige nestgangen zijn vooral bedoeld voor soorten die in de natuur bestaande holten gebruiken, zoals verschillende metselbijen, behangersbijen en maskerbijen. Voor de circa 250 Nederlandse soorten die in de bodem nestelen zijn zulke gangen geen vervanging voor geschikte bodem.
Dat betekent dat ‘goede nestgelegenheid’ altijd begint met de vraag: voor welke soorten?
De gang zelf
EIS adviseert voor gang- en stengeldiameters een variatie van ongeveer 3 tot 8 millimeter. Een variatie is logisch omdat soorten en lichaamsgroottes verschillen. Gangen moeten aan de achterzijde gesloten zijn. Bij geboorde houten blokken zijn glad afgewerkte gangen belangrijk; scheuren en ruwe vezels maken nestgangen minder geschikt. EIS adviseert ook hard hout en boren dwars op de vezelrichting om scheurvorming te beperken.
Dat bereik van 3–8 millimeter is een praktische Nederlandse richtlijn, geen natuurwet die voor iedere soort en ieder land identiek geldt. Onderzoek aan kunstmatige nesten laat juist zien dat verschillende holteafmetingen door verschillende soorten worden geselecteerd.
Plaatsing en bescherming
Nestvoorzieningen voor deze soortgroep horen volgens EIS op een zonnige locatie en moeten worden beschermd tegen instromend regenwater. Ook voldoende bloemen in de omgeving zijn essentieel. Een perfect afgewerkte nestgang op een voedselarme locatie lost immers maar één mogelijke beperking op.
Onderzoek uit 2026 ondersteunt die bredere blik: bij insectenhotels bleek habitatkwaliteit een sterke voorspeller van relatieve bezetting en werkte de invloed van plaatsingskenmerken samen met de kwaliteit van de omgeving. Er bestaat dus geen enkel los ontwerpkenmerk dat overal succes garandeert.
Onderhoud hoort bij het ontwerp
Nestmaterialen blijven niet onbeperkt geschikt. EIS waarschuwt onder andere voor scheuren en schimmel en adviseert materialen tijdig te vervangen. Uitneembare delen maken dat praktisch eenvoudiger. Kunstmatige nestconcentraties bevatten bovendien niet alleen bijen, maar ook parasieten en andere nestbewoners. Goed beheer moet daarom vanaf het begin onderdeel van het ontwerp zijn.
Bronnen
- EIS, Bijenhotels.
- EIS, Nestelplaatsen.
- MacIvor, Cavity-nest boxes for solitary bees: a century of design and research, Apidologie, 2017. DOI 10.1007/s13592-016-0477-z.
- Pekárková, Bogusch & Heneberg, 2026. DOI 10.1007/s10531-026-03405-w.
