Artikel

Bestuivers

Kennis / Bestuivers

Wat gebeurt er in een nestgang?

Aan de buitenkant van een nestgang is soms weinig te zien. Toch kan zich achter een afgesloten opening een complete nieuwe generatie ontwikkelen. Vooral bij bovengronds nestelende solitaire bijen laat zo’n gang goed zien hoeveel werk één vrouwtje in haar nakomelingen investeert.

ca. 2 min lezen

Van lege gang naar broedcellen

Soorten als metselbijen gebruiken bestaande holtes, bijvoorbeeld gangen in dood hout of holle stengels. Het vrouwtje begint meestal achter in de gang. Ze brengt bouwmateriaal en voedsel naar binnen en maakt afzonderlijke broedcellen. Bij metselbijen worden scheidingswandjes vaak gemaakt met vochtig bodemmateriaal; behangersbijen gebruiken juist stukjes blad. Andere soorten gebruiken bijvoorbeeld hars of zelf geproduceerde afscheidingen.

In iedere broedcel wordt een voedselvoorraad aangelegd en een ei afgezet. Voor bijenlarven is vooral stuifmeel belangrijk. Het vrouwtje moet daarvoor telkens naar bloemen vliegen en weer terug naar de nestgang. Bij de rosse metselbij beschrijft EIS bijvoorbeeld ongeveer negentien verzamelvluchten voor het bevoorraden van één nestcel. Dat getal is soortspecifiek en moet dus niet als algemene norm voor alle wilde bijen worden gebruikt.

Van ei naar volwassen bij

Na het uitkomen eet de larve de aangelegde voedselvoorraad. Vervolgens doorloopt zij haar ontwikkeling en bij veel soorten wordt een cocon gevormd. De timing verschilt per soort. Veel bewoners van kunstmatige nestgangen blijven vervolgens maanden in het nest voordat de volwassen bij tevoorschijn komt. Een ogenschijnlijk stil afgesloten gaatje kan daardoor nog levend broed bevatten.

Dat is ook waarom onderhoud zorgvuldig moet gebeuren. Een gevulde nestgang simpelweg verwijderen omdat er geen bijen meer rondvliegen, kan betekenen dat ontwikkelende nakomelingen worden weggegooid.

Een nestgang is ook een kleine gemeenschap

Niet alles wat zich in een nestgang bevindt, is de bij zelf. Nestvoorzieningen worden ook gebruikt door solitaire wespen en trekken natuurlijke vijanden, parasieten, mijten en andere organismen aan. Dat is deels normale ecologie: wilde bijen leven niet los van voedselwebben. Tegelijk kan sterke concentratie van nesten risico’s met zich meebrengen, waardoor kunstmatige voorzieningen niet simpelweg als veilige ‘kamers’ moeten worden gezien.

Bronnen

  1. EIS Kenniscentrum Insecten, Een bijenleven.
  2. EIS, Metselbijen.
  3. Van Breugel, Gasten van bijenhotels, EIS Kenniscentrum Insecten.
  4. MacIvor & Packer, PLOS ONE, 2015. DOI 10.1371/journal.pone.0122126.