Artikel

Leefomgeving

Kennis / Leefomgeving

Een nestplek is nog geen leefgebied

Een nestplek kan belangrijk zijn voor een wilde bij. Maar een plek om nakomelingen groot te brengen is slechts één onderdeel van wat een bij nodig heeft. Zonder geschikt voedsel, nestmateriaal en een bruikbare omgeving kan een nestvoorziening op zichzelf geen volledig leefgebied vormen. Dat verschil is belangrijk wanneer we maatregelen voor wilde bijen beoordelen.

ca. 3 min lezen

Nestgelegenheid
Voedsel
Omgeving
Beheer
Leefgebied

Een nest is één onderdeel

Een vrouwelijke wilde bij gebruikt haar nest om nakomelingen groot te brengen. Afhankelijk van de soort graaft ze zelf een gang in de bodem of gebruikt ze bijvoorbeeld een bestaande holte, dood hout of een plantenstengel. In het nest wordt voedsel verzameld voor de larven en worden eieren afgezet. Maar om dat nest te kunnen vullen, moet de bij telkens de omgeving in.

Volwassen bijen gebruiken nectar vooral als energiebron. Voor de larven verzamelen vrouwtjes voornamelijk stuifmeel. Sommige soorten gebruiken veel verschillende plantensoorten, terwijl andere voor hun stuifmeel sterk afhankelijk zijn van één plantensoort of een kleine groep planten. Een nestplek kan technisch dus geschikt zijn, maar toch op een ongunstige plek staan wanneer het benodigde voedsel ontbreekt.

Afstanden doen ertoe

Nest en voedsel hoeven niet letterlijk naast elkaar te liggen, maar ze moeten voor de betreffende soort bereikbaar zijn. Wilde bijen verschillen sterk in vliegvermogen. Vooral kleinere soorten kunnen slechts beperkte afstanden tussen nest en voedsel afleggen. Daarom kijkt Wageningen University & Research bij een zogenoemd bijenlandschap niet alleen naar losse nestplekken of bloemrijke plekken, maar naar de ruimtelijke samenhang tussen beide.

Dat betekent ook dat een bijenvoorziening anders moet worden beoordeeld dan bijvoorbeeld een bankje of boom. De vraag is niet alleen: staat de voorziening er? Minstens zo relevant is: wat bevindt zich eromheen, tijdens de periode dat de bijen actief zijn?

Een hotel bereikt bovendien niet iedere wilde bij

Dit is een belangrijke beperking. Van de circa 360 Nederlandse bijensoorten nestelen volgens EIS ongeveer 250 soorten in de bodem en ongeveer 60 soorten in dood hout of holle stengels. Een voorziening met bovengrondse nestgangen richt zich dus op een specifieke groep wilde bijen en kan niet worden gezien als nestoplossing voor de Nederlandse bijenfauna als geheel.

Onderzoek aan insectenhotels in Centraal-Europa bevestigt bovendien dat de omgeving belangrijk blijft. In een studie aan 90 hotels en meer dan 73.000 aangeboden nestholtes was de relatieve bezetting hoger in halfnatuurlijke habitats en goed gestructureerd stedelijk groen dan in gedegradeerde stedelijke omgevingen. Het ontwerp en de omgeving werken dus samen.

Bronnen

  1. EIS Kenniscentrum Insecten, Nestelplaatsen.
  2. Ministerie van LNV, Nationale Bijenstrategie — Bed & Breakfast for Bees.
  3. Van Rooij e.a., Handleiding Routekaart Bijenlandschap, Wageningen Environmental Research.
  4. Pekárková, Bogusch & Heneberg, Not just a room for bees, Biodiversity and Conservation, 2026. DOI 10.1007/s10531-026-03405-w.