Kennis / Leefomgeving
Van losse maatregelen naar leefgebied
Een bloemstrook, nestblok of stuk kale bodem kan lokaal nuttig zijn. Maar soorten leven niet in maatregelen; ze leven in landschappen waarin verschillende hulpbronnen bereikbaar moeten zijn. De stap van ‘iets plaatsen’ naar ‘leefgebied verbeteren’ vraagt daarom om samenhang.
ca. 2 min lezen
Een soort heeft meerdere dingen tegelijk nodig
Voor wilde bijen gaat het in de basis om voedsel en een geschikte plaats voor voortplanting. Afhankelijk van de soort kunnen daar specifieke materialen of omstandigheden bijkomen. Sommige soorten hebben kaal of schaars begroeid zand nodig om te graven; andere gebruiken bestaande gangen in hout. Sommige verzamelen stuifmeel op veel planten, andere slechts op een klein aantal.
Een locatie kan daarom op één criterium uitstekend scoren en op een ander criterium tekortschieten.
Losse plekken moeten bereikbaar zijn
Wageningen University & Research heeft voor bestuivers zogenoemde ecoprofielen ontwikkeld, omdat soorten verschillen in eisen aan habitat, oppervlak en ruimtelijke samenhang. In de Routekaart Bijenlandschap worden grotere ‘Bed & Breakfast’-gebieden gecombineerd met verbindend landschap en kleinere ‘bij-tankstations’. Het doel daarvan is niet dat iedere vierkante meter hetzelfde wordt ingericht, maar dat bruikbare onderdelen samen een netwerk vormen.
Dat is relevant voor steden, bedrijventerreinen en gemeentelijk groen. Een kleine maatregel hoeft niet waardeloos te zijn omdat hij klein is. De betekenis ervan hangt mede af van wat er al in de omgeving aanwezig is en of andere geschikte plekken bereikbaar zijn.
Beheer bepaalt of een maatregel blijft functioneren
Leefgebied is niet alleen een ontwerp op het moment van aanleg. Een bloemrijke plek kan door verkeerd getimed maaien tijdelijk vrijwel al haar bloemen verliezen. Een nestvoorziening kan door scheuren, vocht of veroudering minder geschikt worden. Open bodem kan dichtgroeien. Daarom horen beheer en evaluatie bij de maatregel vanaf het begin.
Van aantallen naar samenhang
Voor Bestuivd betekent dit dat het aantal geplaatste structuren een nuttige netwerkindicator kan zijn, maar niet hetzelfde is als het aantal gerealiseerde leefgebieden. Om ecologisch meer te begrijpen zijn ook de omstandigheden rond die structuren relevant: voedsel, nestmogelijkheden buiten de structuur, beheer, landschap en uiteindelijk waarnemingen over langere tijd.
Dat maakt het dashboard niet minder waardevol. Het maakt juist duidelijk welke vraag de data kunnen beantwoorden en welke nog niet.
Bronnen
- Ozinga e.a., Ecoprofielen voor wilde bijen en zweefvliegen, WUR, 2022. DOI 10.18174/564518.
- Van Rooij e.a., Handleiding Routekaart Bijenlandschap, WUR.
- Nationale Bijenstrategie, Bed & Breakfast for Bees.
- WUR, Samen werken aan een Bijenlandschap voor overheden.
