Kennis / Biodiversiteit
Van waarneming naar inzicht
Een waarneming is waardevol. Je weet dat een organisme op een bepaald moment is gezien. Maar één waarneming vertelt nog niet hoeveel individuen er werkelijk aanwezig zijn, of een populatie groeit of dat een maatregel ecologisch effect heeft gehad. Het verschil tussen zien en aantonen is daarom belangrijk.
ca. 2 min lezen
Aanwezig gezien is iets anders dan afwezig
Bij ecologische waarnemingen is de kans om een aanwezige soort daadwerkelijk te zien vrijwel nooit honderd procent. Een bij kan aanwezig zijn terwijl niemand op het juiste moment kijkt. Slecht weer, seizoen, tijdstip, ervaring van de waarnemer en de hoeveelheid zoektijd kunnen allemaal invloed hebben op wat wordt gevonden. Het klassieke onderzoek naar zogenoemde detectiekans laat daarom zien dat ‘niet waargenomen’ niet automatisch ‘afwezig’ betekent.
Omgekeerd is een waarneming wél direct bewijs dat een organisme op dat moment is aangetroffen, mits de determinatie betrouwbaar is.
Herhaling maakt gegevens sterker
Wanneer locaties meerdere keren volgens een vergelijkbare methode worden bezocht, ontstaat meer informatie dan uit één los bezoek. Daarom leggen gestandaardiseerde Nederlandse meetnetten onder andere telseizoen, tijdsduur, weersomstandigheden, locatie en aantal herhalingen vast. Het CBS gebruikt zulke protocollen binnen het Netwerk Ecologische Monitoring om gegevens beter vergelijkbaar te maken en betrouwbare trends af te leiden.
Losse gebruikerswaarnemingen kunnen óók waardevol zijn, maar worden vaak beïnvloed door waar en wanneer mensen besluiten te zoeken en wat zij interessant vinden om te melden. Wetenschappelijk onderzoek naar citizen science benadrukt daarom het belang van waarnemingsinspanning en mogelijke waarnemersbias.
Wat betekent dit voor Bestuivd?
De huidige Bestuivd-omgeving bevat vooral informatie over het netwerk en geplaatste structuren: bijvoorbeeld locatie of regio, plaatsingsmoment, type deelnemer, plaatsingschecks en waar beschikbaar een foto. Publieke locaties hoeven daarbij uit privacyoverwegingen niet exact te worden weergegeven.
Dat is waardevolle informatie over waar maatregelen zijn gerealiseerd. Het is nog geen wetenschappelijke meting van de biodiversiteitswinst die die structuren veroorzaken.
Wanneer waarnemingen van insecten en soorten worden toegevoegd, kunnen die de kennislaag duidelijk verrijken. Zeker wanneer meerdere meetmomenten beschikbaar komen, kunnen patronen zichtbaar worden. Een causaal effect — bijvoorbeeld ‘de structuur heeft biodiversiteit met X verhoogd’ — vraagt echter een onderzoeksopzet die rekening houdt met uitgangssituatie, vergelijkingslocaties, detectiekans, seizoen en waarnemingsinspanning.
Bronnen
- MacKenzie e.a., Estimating site occupancy rates when detection probabilities are less than one, Ecology, 2002.
- CBS, De gegevensinwinning van het NEM.
- CBS, Kwaliteitsrapportage NEM 2025.
- van Strien e.a., Improving citizen science data for long-term monitoring … in the Netherlands, Biodiversity and Conservation.
- Observer-bias framework, Frontiers in Ecology and Evolution.
